PERSBERICHT 4 SEPTEMBER 2007
DEN HAAG - De Senlis Council riep de regering Balkenende dinsdag op een proefproject voor medicinale papaverteelt in Uruzgan te steunen. Medicinale papaverteelt zou voor de arme plattelandsgemeenschap mogelijk kunnen dienen als overgangsstrategie naar alternatieve gewassen. Een in augustus verricht opinieonderzoek, uitgevoerd door TNS NIPO, laat zien dat de meeste ondervraagden (92%) medicinale papaverteelt in Afghanistan een goed idee vinden. Bijna negen op de tien Nederlanders vindt een proefproject noodzakelijk om te kijken of een dergeljk ontwikkelingsprogramma kans van slagen heeft. 79 procent vindt dat premier Balkenende dit programma moet ondersteunen. Papaver levert niet alleen de grondstof voor heroïne, maar ook voor belangrijke pijnstillers zoals morfine.
De Senlis Council vindt dat het te voeren drugsbeleid in Uruzgan een belangrijke rol moet spelen bij de beslissing over verlenging van de Nederlandse Afghanistan-missie.
Het huidige drugsbeleid in Afghanistan, vormgegeven door de Verenigde Staten en voornamelijk gebaseerd op de vernietiging van de illegale papaverteelt, is volledig mislukt. Vorige week gepresenteerde cijfers van de Verenigde Naties laten zien dat de illegale opiumproductie ondanks de inspanningen van de Afghaanse regering en de internationale gemeenschap dit jaar wederom gegroeid is, met maar liefst 34 procent.
In de provincie Uruzgan bleef omvang van de papaverteelt relatief stabiel, maar steeg de opiumproductie met maar 74 procent door een veel betere oogst dan vorig jaar. Senlis Council woordvoerder Jorrit Kamminga beschrijft de huidige situatie in Uruzgan: “Er zijn in Uruzgan nog steeds meer dan 100,000 mensen direct afhankelijk van illegale papaverteelt voor hun dagelijks bestaan. In de plattelandsgebieden is zelfs minimaal de helft van de mensen direct of indirect afhankelijk van papaver.”
De ontwikkeling van economische alternatieven is de afgelopen zes jaar niet of nauwelijks op gang gekomen. Kamminga: “Dit betekent niet dat de papaverboeren in Uruzgan rijk worden van de illegale papaverteelt. Het is een overlevingsstrategie, noodzakelijk door gebrek aan plattelandsontwikkeling en het ontbreken van duurzame alternatieven in Zuid-Afghanistan.”
De toename van zowel papaverteelt als opiumproductie is een groot probleem voor de internationale gemeenschap, zeker omdat de stijging dit jaar vooral plaatsvindt in Zuid-Afghanistan, waar de Talibaan meer en meer controle heeft.
Jorrit Kamminga: “Wij zien in toenemende mate een relatie tussen papaverboeren en de terugkerende Talibaan, die handig inspelen op de groeiende ontevredenheid onder de plattelandsbevolking. Na zes jaar aanwezigheid van de internationale gemeenschap is er in provincies als Helmand, Kandahar en Uruzgan nauwelijks iets te merken van economische vooruitgang.”
Het grootste probleem is de papaververnietiging, een drugsbeleidsstrategie die sinds 2002 ineffectief is gebleken en zelfs juist voor meer onveiligheid en armoede gezorgd heeft. “Het zijn nog steeds vooral de armere boeren die het slachtoffer worden van de papaververnietiging. De rijkere boeren kunnen de vernietigingsteams omkopen en hebben de middelen om zich te verdedigen,” zegt Kamminga. “Dit is ook in Uruzgan het geval ondanks de goede bedoelingen van de Nederlandse regering.”
De papaververnietiging heeft niet alleen de armoede vergroot in Zuid-Afghanistan. Ook de veiligheid van Nederlandse troepen wordt in gevaar gebracht door de arme plattelandsgebieden niet te ontzien van deze levensbedreigende aanpak van de papaverteelt.
Papaververnietiging wordt gecoördineerd en gepland door het Afghaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken. Dit Ministerie wordt voornamelijk gefinancierd door de Verenigde Staten. De Amerikaanse private militaire organisatie DynCorp is betrokken bij de uitvoering van de papaververnietiging.
“De Nederlandse missie om de harten van de Afghaanse bevolking te veroveren staat haaks op de huidige Amerikaanse drugsstrategie die de arme plattelandsgemeenschappen ontwricht,” zegt Kamminga. “Er is totaal geen sprake van een autonoom Afghaans drugsbeleid. Het is Amerikaans drugsbeleid uitgevoerd door de Afghaanse veiligheidstroepen in samenwerking met DynCorp. Het is jammer dat de Nederlandse regering dit beleid in Uruzgan accepteert.”
Voor 2008 staat bovendien het besproeien van papavervelden met chemicaliën hoog op de Amerikaanse politieke agenda. De dramatische stijging van opiumproductie twee jaar achtereen zal voor de Verenigde Staten genoeg reden zijn om tot besproeiingen over te gaan. Het in Nederland uitgevoerde opinieonderzoek laat zien dat zeven op de tien Nederlanders (70%) het een slecht idee vindt om chemicaliën te gebruiken bij de vernietiging van papavervelden in Afghanistan.
De Senlis Council onderzocht de afgelopen twee jaar de mogelijkheden voor medicinale papaverteelt in Afghanistan. In juni dit jaar leidde dit tot de presentatie van een technisch rapport dat de details van een ”Poppy for Medicine” programma uiteenzet. Het is de bedoeling dat deze medicinale papaverteelt op de korte termijn zorgt voor plattelandsontwikkeling en werkgelegenheid, voordat duurzame ontwikkelingsprogramma’s zoals het door Minister Koenders gepresenteerde “Betuweplan” hun vruchten afwerpen. Medicinale papaverteelt verbreekt ook de banden tussen de papaverboeren en de Talibaan.
Er is wereldwijd een enorm tekort aan pijnstillers zoals morfine. 80 procent van de wereldbevolking – vooral in ontwikkelingslanden waaronder Afghanistan – heeft nauwelijks toegang tot dergelijke medicijnen.
De Senlis Council, een internationale denktank op het gebied van veiligheids- en ontwikkelingsbeleid, bestudeert de situatie in Zuid-Afghanistan sinds 2005. Dhr. Jorrit Kamminga is betrokken bij veldonderzoek en voedselhulp in Zuid-Afghanistan.
Contact:
Julian Mattocks
Office: +33 1 49 96 63 69
Mobile: +33 6 60 26 19 82
UK Mobile: +44 775 772 9433
A lost mandate: The Public Calls for a New Direction in Afghan Counter-Narcotics Policies
Report
September 2007
Full report in English (140 Kb, PDF)