ICOS NEWS RELEASE
5 SEPTEMBER 2006
Taliban’s
Deutsch
Rapport: Afghanistan vijf jaar later: De terugkeer van de Talibaan
Vijf jaar na de val van het Talibaanregime is de beweging volledig terug
De frontlinie van de Talibaanstrijders heeft het midden van Afghanistan bereikt ten noorden van Uruzgan
Foutief antidrugsbeleid van het Verenigd Koninkrijk – nu openlijk in Nederland gesteund door Minister Kamp – is verantwoordelijk voor de huidige misère
Humanitaire crisis raakt Zuid-Afghanistan - extreme armoede, droogte and duizenden mensen die sterven van de honger
KABOEL/LONDEN – De Talibaan zijn langzamerhand de controle over Zuid-Afghanistan aan het terug veroveren. De frontlinie verschuift dagelijks meer naar het noorden, zo waarschuwt ICOS. De internationale denktank presenteert vandaag een evaluatierapport over het Afghaanse wederopbouwproces vijf jaar na 11 september. Het rapport is gebaseerd op uitvoerig veldonderzoek in de meest problematische provincies van Afghanistan.
De frontlijn in Afghanistan omringt nu heel Zuid-Afghanistan en ligt ten noorden van de provincie Uruzgan, waar de Nederlandse troepen begin augustus officieel aan hun militaire missie begonnen zijn. ICOS Afghanistan wijst in het rapport op het feit dat er vijf jaar na de door de Amerikanen geleide invastie in Afghanistan sprake is van een humanitaire crisis, waarbij armoede en sterfte in Zuid-Afghanistan de dienst uitmaken. Het rapport levert bewijs dat de door de Amerikanen en Britten geleide militaristische benadering gekoppeld aan het huidige anti-drugsbeleid grotendeels verantwoordelijk zijn voor de huidige misère. De resulterende toename van extreme armoede heeft tot meer steun geleid voor de Talibaan, die slim hebben ingespeeld op de behoeftes van de plaatselijke bevolking.
De frontlijn in Afghanistan omringt nu heel Zuid-Afghanistan en ligt ten noorden van de provincie Uruzgan, waar de Nederlandse troepen begin augustus officieel aan hun militaire missie begonnen zijn. ICOS Afghanistan wijst in het rapport op het feit dat er vijf jaar na de door de Amerikanen geleide invastie in Afghanistan sprake is van een humanitaire crisis, waarbij armoede en sterfte in Zuid-Afghanistan de dienst uitmaken. Het rapport levert bewijs dat de door de Amerikanen en Britten geleide militaristische benadering gekoppeld aan het huidige anti-drugsbeleid grotendeels verantwoordelijk zijn voor de huidige misère. De resulterende toename van extreme armoede heeft tot meer steun geleid voor de Talibaan, die slim hebben ingespeeld op de behoeftes van de plaatselijke bevolking.
“Toen jullie hier voor het eerst kwamen, waren wij zeer blij jullie te zien. Nu hebben wij vijf jaar met jullie samen in ons land geleefd en we zien dat jullie een boel leugens vertellen en met valse beloftes komen,” zegt een voormalige Mujahideencommandant in het rapport.
De verkeerde militaire en antidrugsbenadering gaat samen met een structureel gebrek aan fondsen voor hulp- en ontwikkelingsprogrammas.
“Er is enorm veel geld besteed aan grote en kostbare militaire operaties, maar na vijf jaar is Zuid-Afghanistan wederom het slagveld voor controle over het land,” zegt Emmanuel Reinert, uitvoerend directeur van ICOS. “Op hetzelfde moment sterven er dagelijks onschuldige Afghanen. De Verenigde Staten hebben de controle over Afghanistan verloren en ondermijnen op verschillende manieren de jonge democratie in het land. Ik denk dat we duidelijk kunnen spreken van een grote mislukking – en wel een mislukking die ons allemaal aan zou moeten gaan. Het Amerikaanse beleid in Afghanistan heeft opnieuw een veilige haven gecreëerd die de invasie in 2001 juist probeerde te vernietigen.”
Noodhulp is nu dringend nodig: “Kinderen sterven hier”
Vanwege een gebrek aan fondsen van de internationale gemeenschap, kan de Afghaanse overheid en het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties niets doen aan de ernstige voedselschaarste en honger in Afghanistan. Ondanks de roep om meer hulpfondsen heeft de door de Verenigde Staten geleide internationale gemeenschap het leeuwendeel van haar fonden besteed aan militaire en veiligheidsoperaties.
“Het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties zag zich genoodzaakt plannen te staken om meer dan 2,5 miljoen Afghanen te voorzien van noodzakelijke voedselhulp,” zegt Reinert. “Als deze behoeften niet tegemoet gekomen worden, zal dit ernstige gevolgen hebben voor miljoenen Afghanen.”
Honger en de opstand: Honger leidt tot ontevredenheid en boosheid
“Vijf jaar na 11 september is Afghanistan nogsteeds een van de armste landen in de wereld met een levensbedreigende voedselsituatie vooral in Zuid-Afghanistan,” zegt Reinert. “Het is opvallend dat juist dit vitale aspect over het hoofd is gezien bij de besteding van fondsen en het afstemmen van buitenlands-, militair-, wederopbouw- en antidrugsbeleid.
Het verlichten van armoede – dat de hoogste prioriteit zou moeten hebben – heeft niet de aandacht gekregen die het noodzakelijkerwijze verdiende. Het gevolg is dat de internationale gemeenschap de slag verloren heeft om de harten en zielen van de Afghaanse bevolking.
Het ICOS Afghanistan onderzoeksteam stuitte in Zuid-Afghanistan op gekunstelde, ongeregistreerde vluchtelingenkampen met stervende kinderen, door de papaververnietigingscampagnes verdreven boeren en onschuldige slachtoffers van de bombardementen. Het meest opvallende was dat deze kampen zich soms op beperkte afstand van de peperdure militaire bases van de internationale gemeenschap bevonden.
“Ik bracht mijn kind naar de begraafplaats. Mijn kind stierf van de honger. Kinderen sterven hier,” zei een man in een van deze kampen in de provincie Kandahar.
“Honger leidt tot boosheid onder de Afghaanse bevolking,” vertelt Reinert. “Boeren wiens papavergewassen zijn vernield door de vernietigingscampagnes geleid door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, zien vervolgens dat hun kinderen dood gaan door honger.
De vluchtelingenkampen staan duidelijk beschreven in het ICOS Councilrapport. Ze bieden opvang aan families die het geweld en de gevechten zijn ontvlucht. Sommige families hebben geen huis meer omdat deze vernietigd zijn in de door de coalitietroepen uitgevoerde militaire operaties als onderdeel van de wererldwijde “war on terror” en de in hevigheid toegenomen strijd tegen de opstand van de Talibaan en verwante groeperingen.
Een man uit een kamp in Lashkar Gah zegt in het rapport: “Na de bombardementen ben ik naar Lashkar Gah verhuisd. Ik sta doodsangsten uit.” Er zijn van overheidswege geen officiële kampen opgericht die de voor Amerikaanse bombardementen gevluchte burgers een onderdak bieden.
“De propaganda van de Talibaan speelt handig in op de toenemende ontevredenheid onder de plaatselijke bevolking,” ,” zegt Jorrit Kamminga, hoofd onderzoek en beleid voor ICOS in Kaboel. “Niet alleen wordt er alles aan gedaan om de internationale gemeenschap als zondebok aan te wijzen, maar in sommige gebieden levert de Talibaan ook diensten aan de bevolking – diensten, zoals transport en het verstrekken van landbouwproducten, die ondanks herhaaldelijke beloften van de Afghaanse regering nooit via officiële kanalen bij de arme bevolking zijn aangekomen.”
Verkeerd drugsbeleid is verantwoordelijk voor de hongersnood en de terugkeer van de Talibaan.
Door het aanwakkeren van ontevredenheid, woede en hongersnood in Zuid-Afghanistan, hebben de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk met hun anti-drugsbeleid direct bijgedragen aan de huidige onveiligheid en de terugkeer van de Talibaan.
“Het is jammer en zeer onverstandig dat Nederland zich nu toch bij de lijn van papaververnietiging lijkt aan te sluiten,” zegt Kamminga. “Eerder dit jaar ontkende Minister Kamp nog dat drugsbeleid een van de speerpunten van de Nederlandse missie in Uruzgan zou worden, maar vorige week gaf hij toe dat vernietiging van papaverteelt ook in Uruzgan tot de taken van de Nederlandse soldaten gaat behoren.”
Papaverteelt is momenteel de hoeksteen van de plattelandseconomie en voedt direct en indirect meer dan twee miljoen Afghanen. “Het is zeer merkwaardig dat minister Kamp juist nu voor deze onverstandige aanpak lijkt te kiezen,” stelt Jorrit Kamminga.
“Vorige week werd namelijk ook bekend dat de vorig jaar ingezette, landelijke vernietigingscampagne totaal geen effect heeft gesorteerd. In plaats van de beoogde daling van papaverteelt en opiumproductie, stegen zowel het aantal hectares als de opiumoogst met meer dan vijftig procent. Duidelijker bewijs dat bepaald beleid averechts werkt is zelden geleverd,” voegt Kamminga hier aan toe.
Het rapport haalt een arbeider in de stad Kandahar aan: “In de dorpen waar de papaverteelt is vernietigd zijn geen banen en er is geen water (…) er is niets te doen – is het dan niet rechtvaardig dat ze vertrekken en zich aanmelden bij de Talibaan? Zou jij niet hetzelfde doen?”
Verkeerde prioriteiten sinds 2001
“De hogere prioriteit toegekend aan de zogenaamde “war on terror” ten opzichte van de “war on poverty” heeft geleid tot dezelfde problematische situatie die juist bestreden moest worden in Zuid-Afghanistan,” zegt Emmanuel Reinert. “Direct na 2001 heeft de door de Amerikanen geleide internationale gemeenschap haar prioriteiten voor Afghanistan niet afgestemd op de prioriteiten van de Afghaanse bevolking. Het betreft hier een klassieke militaire fout: de ware vijand – extreme armoede en hongersnood – is niet als zodanig geïdentificeerd en vastgesteld”.
Een Afghaanse commandant in Kandahar zegt in het evaluatierapport: “De buitenlanders kwamen hier en vertelden ons dat ze de arme bevolking zouden helpen en de economische situatie zouden verbeteren (…) vervolgens spendeerden ze het geld aan militaire operaties. De arme mensen zijn nu armer dan onder het Talibaanregime. Wij vertrouwen ze niet meer. We zouden gek zijn als we hun leugens zouden blijven geloven.”
Uitgaven op militair gebied bedragen 900 procent meer dan de beschikbare fondsen voor ontwikkeling en wederopbouw – duidelijk een verkeerde prioriteitstelling.
82,5 miljard dollar is uitgegeven aan militaire operaties in Afghanistan sinds 2002. Dit staat in schril contrast met de magere 7,3 miljard dollar die is uitgegeven aan ontwikkelingshulp.
Meer aandacht voor armoedeverlichting en ontwikkeling zou een solide basis hebben geschapen voor de wederopbouw van Afghanistan. De nadruk die gelegd is op militair en veiligheidsbeleid heeft echter geleid tot een situatie waarin de Afghaanse bevolking het vertrouwen heeft verloren in de aanwezigheid van internationale troepen. Dit zal ook voor de Nederlandse troepen in Uruzgan een enorm groot probleem worden.
“Het grootste probleem is het toenemende aantal burgerslachtoffers,” zegt Jorrit Kamminga. “Alleen al in de maand juli waren er 104 burgerslachtoffers. Dergelijke aantallen maken het extreem moeilijk voor de internationale troepenmacht om de de Afghaanse bevolking voor zich te winnen. De kranten staan – zoals nu in het Verenigd Koninkrijk – vol met berichten over dodelijke slachtoffers onder de internationale coalitie- en NAVO-troepen, maar er wordt veel te weinig aandacht besteed aan onschuldige Afghaanse slachtoffers.”
Een voormalige Mujahideencommandant van Kandahar verwoordt het beeldend in het rapport: “We hebben hier nu een gezegde: ´Your blood is blood, our blood is just water to you´.”
Geconfronteerd met de terugkeer van de Talibaan, zou de internationale gemeenschap meteen haar beleid in Afghanistan moeten aanpassen.
Faced with the return of the Taliban, the US and the international community must immediately reassess entire approach in Afghanistan
“Noodhulp en armoedeverlichting moeten nu een topprioriteit worden,” zegt Emmanuel Reinert. “Alleen dan kunnen we echt spreken van wederopbouw. De Talibaan rukt verder en verder op – hetgeen iets is dat ons allen aan zou moeten gaan.”
Het onderzoek voor het rapport werd verricht in verschillende delen van Afghanistan gedurende het voorjaar en de zomer van 2006. Het werd uitgevoerd door het onderzoeksteam van ICOS Afghanistan en internationale onderzoekers.
Over de ICOS
ICOS is een internationale denktank met kantoren in Kaboel, Londen, Parijs en Brussel. Het werk van de Council omvat buitenlands- en veiligheidsbeleid, ontwikkelingssamenwerking en drugsbeleid. De organisatie biedt op deze terreinen een innovatieve analyse en ontwikkelt nieuwe ideeën en voorstellen. Een uitgebreid programma in Afghanistan richt zich momenteel op de ontwikkeling van internationaal beleid en behelst veldonderzoek met betrekking tot de samenhang van drugs-, militair en ontwikkelingsbeleid en de consequenties van deze verschillende beleidsterreinen voor het Afghaanse wederopbouwproces. ICOS Afghanistan heeft veldkantoren in de Afghaanse steden Lashkar Gah, Kandahar en Herat.
|